Druk en techniek

Zo drukken wij

Een katoenen shirt, een keramische mok en een fleecedeken vragen elk een andere manier van drukken. Inkt moet zich binden aan wat eronder ligt, en dat gaat bij katoen, keramiek en polyester telkens anders. Hier lees je per product welke techniek we gebruiken, wat er tijdens het drukken gebeurt en wat dat betekent voor je ontwerp, je foto en hoe lang je cadeau meegaat.

Bijgewerkt op

Drie materialen, drie technieken

Katoen is een plantenvezel die vocht opneemt. Inkt op waterbasis trekt erin, en met hitte hardt een bindmiddel uit dat het pigment in de vezel verankert. Polyester is een kunststof die geen water opneemt, maar bij hoge temperatuur gaan de vezels open en nemen ze kleurstof op die als gas binnenkomt. Keramiek neemt helemaal niets op, want het glazuur is glas. Daarom krijgt een mok een dun laagje polymeer, waar dezelfde kleurstof in kan trekken als in polyester.

Er bestaat dus geen techniek die op alles even goed werkt. Sublimatie op katoen wast er na een paar beurten uit, en textielinkt hecht niet aan glad keramiek. Per product kiezen we de techniek die bij het materiaal hoort.

Techniek Producten Materiaal Waar de inkt zit Kleur Onderhoud
Directe textieldruk (DTG) T-shirts, sweaters, hoodies, rompers Katoen of katoenrijke stof In de vezels, met hitte vastgezet Alle kleuren, wit via een onderlaag Binnenstebuiten, koud wassen
Sublimatie Mokken Keramiek met een polymeercoating In de coating Alle kleuren behalve wit: wit is de mok zelf Vaatwasbestendig, een magic mok met de hand
Sublimatie van rand tot rand Dekens, deurmatten Polyester In de vezel zelf Zeer helder, wit is de stof zelf Volgens het wasvoorschrift, de kleur loopt niet uit
T-shirts, sweaters, hoodies en rompers

Directe textieldruk (DTG)

DTG staat voor direct to garment: een textielprinter werkt als een inkjetprinter, maar spuit de inkt rechtstreeks in de stof in plaats van op papier. Er komt geen folie, transfer of plastic laag aan te pas.

  1. Kleurinkt op waterbasis, in cyaan, magenta, geel en zwart
  2. Witte onderlaag, alleen op gekleurde stof
  3. Voorbehandeling, die de inkt aan het oppervlak houdt
  4. Katoenvezels, in doorsnede

Zo gaat het

  1. Voorbehandelen. Op een gekleurd shirt komt eerst een dunne vloeistof op de plek van de print. Daardoor blijft de witte inkt aan de oppervlakte liggen in plaats van weg te zakken tussen de vezels. Een wit shirt heeft dat niet nodig.
  2. De witte onderlaag. Inkt op waterbasis is doorschijnend, net als waterverf. Op donkere stof zou je ontwerp er dof uitzien, dus drukt de printer eerst wit onder alles wat licht of gekleurd moet worden. Op een wit shirt is de stof zelf het wit.
  3. Kleur. De printkop spuit cyaan, magenta, geel en zwart in duizenden piepkleine druppels in de vezels. Zo zijn foto's, kleurverlopen en fijne lijnen mogelijk, ook als je ontwerp tientallen kleuren heeft.
  4. Vastzetten. Een hittepers verwarmt de print tot rond 160 graden. Het bindmiddel in de inkt hardt uit en verankert het pigment in de vezel. Pas daarna is de print wasbestendig.

Hoe lang het meegaat

Omdat de inkt in het katoen zit en niet erop, kan hij niet barsten of loslaten zoals een opgestreken transfer. Hij slijt mee met de stof: na heel veel wasbeurten wordt hij een tikje zachter van kleur, zoals een gewassen jeans. Was je shirt binnenstebuiten en koud, gebruik geen droogkast op hoge stand en strijk niet op de print. Onze inkt draagt de keurmerken van OEKO-TEX en GOTS: getest op schadelijke stoffen.

Wat dit betekent voor een ontwerp

De witte onderlaag is de reden dat onze designers op donkere shirts geen halfdoorzichtige vlakken gebruiken: wat half doorzichtig is, krijgt minder inkt, en dan schemert het wit erdoor. Lijnen zijn minstens anderhalve millimeter dik, zodat ze ook in de stof scherp blijven. Een foto drukt op een wit of licht shirt het natuurgetrouwst; op een zwart shirt komen donkere delen van de foto vrijwel niet uit, want daar is de stof zelf het zwart.

Mokken

Sublimatie

Sublimeren is het moment waarop een vaste stof meteen een gas wordt, zonder eerst vloeibaar te worden. Bij deze techniek gebeurt dat met de inkt: hij verdampt van het papier en trekt als gas in de coating van de mok.

  1. Transferpapier met je ontwerp in spiegelbeeld
  2. Inkt die door de hitte een gas wordt
  3. Polymeercoating, waarin de inkt opgesloten raakt
  4. Keramiek

Zo gaat het

  1. Drukken op papier. Je ontwerp wordt in spiegelbeeld met sublimatie-inkt op transferpapier gedrukt.
  2. Om de mok. Het papier wordt strak om de mok gespannen, met de inkt naar het oppervlak.
  3. Verhitten. In een mokpers gaat de mok enkele minuten naar 180 tot 200 graden. De inkt wordt een gas, de coating gaat open en neemt het gas op.
  4. Afkoelen. De coating sluit zich weer en de inkt zit erin vast. Het papier gaat eraf, en wat overblijft is een glad oppervlak met je ontwerp erin.

Hoe lang het meegaat

Je ontwerp ligt niet op de mok maar zit in de toplaag zelf. Strijk er met je vinger over: je voelt geen rand, alleen glad keramiek. Er is niets dat kan afbladderen of loskomen, en de mok is vaatwasbestendig. De kleuren blijven helder. Een magic mok heeft een extra warmtegevoelige laag over de druk; die was je met de hand.

Wat dit betekent voor een ontwerp

Sublimatie-inkt is doorschijnend en er bestaat geen witte sublimatie-inkt. Alles wat in je ontwerp wit is, is de witte mok zelf. Omdat de inkt als gas binnentrekt, lopen kleuren vloeiend in elkaar over, en daarom zijn foto's met zachte overgangen op een mok zo mooi.

Dekens en deurmatten

Sublimatie van rand tot rand

Dezelfde techniek als bij een mok, maar dan op polyester en over het hele oppervlak. Hier kleurt de inkt de vezel zelf, van binnenuit: er ligt niets bovenop, dus een plaid blijft net zo zacht als voor het drukken.

  1. Transferpapier met je ontwerp in spiegelbeeld
  2. Inkt die door de hitte een gas wordt
  3. Polyestervezels van de pool, gekleurd van binnenuit
  4. Het weefsel waarin de pool vastzit

Zo gaat het

  1. Drukken op papier. Het hele vlak wordt in spiegelbeeld op een rol transferpapier gedrukt, tot over de rand.
  2. Persen. Papier en stof gaan samen door een grote warmtepers, rond 200 graden. De poriën van het polyester gaan open en de inkt trekt als gas de vezels in.
  3. Afkoelen. De vezels sluiten zich en de kleur zit erin vast.
  4. Afwerken. Daarna wordt de deken op maat afgewerkt. Een paar centimeter langs de rand verdwijnt daarbij in de zoom.

Hoe lang het meegaat

Omdat de kleur in de vezel zit, kan hij niet uitwassen of afschilferen. De kleuren blijven helder, ook na vele wasbeurten. Volg het wasvoorschrift van het product; dat gaat over de stof, niet over de print.

Wat dit betekent voor een ontwerp

Ook hier is er geen witte inkt: wit in je ontwerp is de witte stof. Zet niets belangrijks vlak tegen de rand, want dat deel kan in de zoom vallen. En grote effen donkere vlakken vragen veel inkt op één plek, wat de pool een tikje stugger maakt. Een lichtere achtergrond is op een deken daarom vaak de betere keuze.

Andere technieken

Waarom geen zeefdruk, DTF of transfer?

Er zijn meer manieren om iets te bedrukken, en elk heeft zijn eigen sterke kant. De meeste zijn gemaakt voor grote aantallen van hetzelfde ontwerp, of voor een ander soort beeld dan een foto met een naam. Voor één gepersonaliseerd stuk passen ze minder goed.

Techniek Hoe het werkt Sterk in Waarom niet voor een gepersonaliseerd cadeau
Zeefdruk Inkt wordt door een fijn gaas op de stof geduwd, met een eigen gaas per kleur. Dikke, felle en zeer duurzame kleurvlakken, voordelig bij grote oplagen. Elke kleur vraagt een eigen zeef en insteltijd, dus het loont pas vanaf tientallen stuks van hetzelfde ontwerp. Foto's en zachte verlopen lukken slecht.
DTF (direct to film) Het ontwerp wordt op een folie gedrukt, krijgt een lijmpoeder en wordt met hitte op de stof geperst. Werkt op bijna elke stof, ook op polyester en nylon, met felle kleuren. De print ligt als een dun laagje op de stof in plaats van erin. Bij grote vlakken voel je dat, en daar ademt de stof minder.
Flex en flock Letters en vormen worden uit een vel gekleurde folie of fluweel gesneden en opgestreken. Namen en nummers in één kleur, zoals op sportshirts. Geen foto's en geen verlopen; elke kleur is een aparte laag, en na lange tijd kunnen de randen loslaten.
Borduren Het ontwerp wordt met garen in de stof gestikt. Een logo of monogram met reliëf, onverwoestbaar. Geen foto's of fijne details, en elk ontwerp moet eerst steek voor steek worden uitgetekend.
Inbranddecal Een ontwerp op transferpapier wordt op een mok gelegd en in een oven in het glazuur gebrand. Mokken in grote reeksen, met een print die even hard is als het glazuur. Het branden duurt uren en loont alleen bij grote aantallen van hetzelfde ontwerp.
UV-druk Inkt wordt op het oppervlak gespoten en meteen met uv-licht uitgehard. Bijna elk hard materiaal, van hout tot telefoonhoesjes. De inkt ligt op het oppervlak in plaats van erin, en is daardoor gevoeliger voor krassen en de vaatwasser.
Voor elke techniek

Van scherm naar druk

Resolutie: genoeg pixels voor het formaat

  1. Te weinig pixels voor het formaat: een ronde rand wordt een trap van blokjes.
  2. Genoeg pixels: dezelfde rand drukt vloeiend.

Een drukker rekent niet in pixels maar in punten per inch (dpi), op de ware grootte van de print. Voor iets wat je van dichtbij bekijkt, zoals een mok of een shirt, is 300 dpi de norm. Een deken bekijk je van verder, daar is 150 dpi genoeg. In pixels komt dat ongeveer hierop neer:

  • het drukvlak van een mok, 19 bij 8,5 cm: 2250 bij 1000 pixels
  • een volledige shirtvoorkant, 30 bij 40 cm: 3550 bij 4700 pixels
  • een deken van 150 bij 200 cm: bijna 9000 bij 12.000 pixels

Een recente telefoonfoto van 12 megapixel is 4000 bij 3000 pixels: ruim genoeg voor een mok en voor een shirt. Op een grote deken wordt een foto vergroot, en omdat je een deken van op afstand bekijkt, valt dat niet op. Heb je dezelfde foto ook als origineel, kies dan die: WhatsApp en sociale media verkleinen foto’s bij het versturen.

Kleur: licht tegenover inkt

  1. Een scherm mengt licht: rood, groen en blauw samen geven wit (RGB).
  2. Een drukker mengt inkt: cyaan, magenta en geel samen geven bijna zwart, daarom komt er echte zwarte inkt bij (CMYK).

Je scherm maakt kleur door licht uit te stralen, een drukker door inkt die een deel van het licht wegneemt. Die twee kunnen niet precies dezelfde kleuren maken. Voor het drukken worden de kleuren van je ontwerp met een kleurprofiel omgerekend naar wat de printer en het materiaal aankunnen. Heel felle schermkleuren, zoals neongroen, elektrisch blauw of fluoroze, bestaan niet in inkt en komen iets rustiger uit.

Ook het materiaal telt. Katoen neemt inkt op en geeft kleuren zachter en matter weer, een gecoate mok houdt ze glanzend en verzadigd. En niet elk scherm toont hetzelfde: een telefoon op volle helderheid laat een foto feller lijken dan hij is.

Begrippen

Drukwoordenlijst

Afloop
Een strook van het ontwerp die net buiten de rand van het eindproduct doorloopt, zodat er na het snijden of naaien geen witte rand ontstaat.
CMYK
Cyaan, magenta, geel en zwart: de vier inktkleuren waaruit een drukker alle andere kleuren mengt. De K staat voor key, de zwarte drukplaat.
Dpi
Dots per inch, het aantal beeldpunten per 2,54 cm op de ware grootte van de print. 300 dpi is de norm voor wat je van dichtbij bekijkt.
Drukvlak
Het deel van een product dat bedrukt kan worden, zoals 30 bij 40 cm op de voorkant van een shirt.
DTG
Direct to garment, of directe textieldruk: een printer spuit inkt rechtstreeks in de stof.
Kleurprofiel
Een tabel die beschrijft welke kleuren een printer op een bepaald materiaal kan maken, en waarmee de kleuren van je ontwerp daarnaar worden omgerekend.
Onderlaag
Een laag witte inkt die bij textieldruk onder het ontwerp komt, zodat kleuren op donkere stof helder blijven.
Pigmentinkt
Inkt met vaste, piepkleine kleurdeeltjes die met een bindmiddel aan de vezel worden vastgezet. Wordt gebruikt bij DTG.
Polymeercoating
Een dun kunststof laagje op een mok of ander hard materiaal, waarin sublimatie-inkt kan trekken.
RGB
Rood, groen en blauw: de drie kleuren licht waarmee een scherm elk beeld opbouwt.
Sublimeren
Het meteen overgaan van een vaste stof in een gas, zonder eerst vloeibaar te worden. Sublimatie-inkt doet dat bij hitte en trekt zo in polyester of in een coating.
Transferpapier
Papier waarop het ontwerp in spiegelbeeld wordt gedrukt, om het daarna met hitte over te brengen op een mok of stof.
Voorbehandeling
Een vloeistof die voor DTG op gekleurde stof wordt aangebracht, zodat de witte onderlaag aan de oppervlakte blijft liggen.

Vragen over de druk

Vervaagt de print op mijn T-shirt in de was?

Nauwelijks. Bij directe textieldruk zit de inkt in de katoenvezels en is hij met hitte vastgezet. Was het shirt binnenstebuiten en koud, en strijk niet op de print. Na heel veel wasbeurten wordt een print een tikje zachter van kleur, net als het katoen zelf, maar hij barst of bladdert niet.

Kan mijn bedrukte mok in de vaatwasser?

Ja. Bij sublimatie zit het ontwerp in de coating van de mok en niet erop, dus er is niets dat kan afbladderen. De kleuren blijven helder. Alleen een magic mok, die zijn ontwerp pas toont als hij warm wordt, was je met de hand: dat zit in zijn warmtegevoelige laag, niet in de druk.

Wat is het verschil tussen DTG en sublimatie?

Bij DTG spuit een textielprinter inkt rechtstreeks in katoen, waarna hitte de inkt vastzet. Bij sublimatie wordt het ontwerp eerst op papier gedrukt en daarna met hitte als gas in polyester of in de coating van een mok gebracht. DTG is voor katoen, sublimatie voor polyester en gecoate materialen.

Wat is het verschil tussen DTG en DTF?

Bij DTG gaat de inkt rechtstreeks in de katoenvezels. Bij DTF wordt het ontwerp eerst op een folie gedrukt en met een lijmlaag op de stof geperst, zodat de print als een dun laagje op de stof ligt. DTF werkt op bijna elke stof; DTG voelt zachter en ademt beter, en daarom gebruiken we het voor katoen.

Waarom bedrukken jullie katoenen shirts niet met sublimatie?

Sublimatie-inkt hecht alleen aan polyester. Op katoen heeft hij niets om zich aan te binden en spoelt hij er na een paar wasbeurten uit. Sublimatie kent ook geen witte inkt, dus op een gekleurd shirt zou je ontwerp wegvallen.

Voel je de print op een shirt?

Op een wit shirt bijna niet, want daar gaat alleen kleurinkt in de stof. Op een gekleurd shirt ligt er een witte onderlaag onder het ontwerp, die je bij grote vlakken als een zachte laag voelt. Er zit geen folie of plastic transfer op.

Hoe groot moet mijn foto zijn?

Een recente telefoonfoto van 12 megapixel is ruim genoeg voor een mok en voor een volledige shirtvoorkant. Op een deken wordt hij vergroot, maar die bekijk je van op afstand, dus dat valt niet op.

Waarom zijn de kleuren anders dan op mijn scherm?

Een scherm maakt kleur met licht, een drukker met inkt. Heel felle schermkleuren, zoals neongroen of elektrisch blauw, bestaan niet in inkt en komen iets rustiger uit. Ook de helderheid van je scherm en het materiaal spelen mee: katoen geeft kleuren zachter weer dan een glanzende mok.